Wie vanuit Curaçao de open zee op vaart, ziet na zo'n twee uur varen een smalle streep wit aan de horizon opdoemen. Geen skyline, geen pier, geen hotelkomplexen — alleen een vlak koraaleiland met een vervallen vuurtoren en het blauwste water van de Caraïben. Dat is Klein Curaçao: het meest letterlijke bounty-eiland dat de regio te bieden heeft.
Waarom Klein Curaçao een echt bounty-eiland is
Klein Curaçao is alles wat een bounty-eiland belooft, zonder enige opsmuk. Het eilandje meet slechts 1,7 vierkante kilometer en is volledig onbewoond — geen bevolking, geen infrastructuur, geen stroom. Wat er wél is: een ononderbroken strook spierwit koraalzand aan de westkust, water dat in de ondiepe lagune van groenachtig aquamarijn naar diep turkoois verloopt, en een ongekende stilte die je op een dagje strand in de Caraïben zelden vindt.
Het eiland ligt 27 kilometer ten zuidoosten van het grote Curaçao, los in de Caraïbische Zee. Het behoort bestuurlijk tot Curaçao maar heeft geen permanente bewoners. De enige menselijke aanwezigheid bestaat uit de groepen dagjesmensen die elke ochtend per catamaran aanmeren, een handvol palapa-schaduwstruikjes en de resten van een 19e-eeuwse vuurtoren op het oostpunt van het eiland.
Klein Curaçao in het kort
- Regio
- Caraïbische Zee, ten zuidoosten van Curaçao
- Oppervlakte
- ± 1,7 km² — plat, geen heuvel hoger dan 5 m
- Bewoning
- Onbewoond; geen hotels of winkels
- Bereikbaarheid
- Catamaran of speedboot vanuit Curaçao (± 1,5–2 uur)
- Beste periode
- Mei t/m oktober (rustiger zee, kalme oversteek)
- Bescherming
- Ramsar-wetland #2355 (erkend 2018)
De vuurtoren en het scheepswrak
Klein Curaçao heeft twee iconische landmarks die het eiland een melancholische charme geven. De Prins Hendrik-vuurtoren op het oostpunt werd voor het eerst gebouwd in 1849, verwoest door een orkaan in 1877 en opnieuw opgericht in 1913. Vandaag staat hij er verlaten bij — het roodwitte gestreepte gebouw is verweerd maar nog altijd fotogeniek, en de wandeling ernaartoe over het kale koraalplaveisel duurt zo'n twintig minuten en geeft een idee van hoe leeg en onherbergzaam het binnenland van het eiland is.
Aan de noordwestkust rust het gestrand scheepswrak — het Engelse stoomschip Maria Bianca Guidesman, dat in de jaren dertig van de vorige eeuw op het rif liep en tijdens de Tweede Wereldoorlog verder beschadigd raakte. De roestige romp steekt schuin omhoog uit het ondiepe water en is te verkennen vanaf het strand, maar ook goed zichtbaar voor snorkelaars die de randen van het wrak aflopen. De combinatie van koraalvis, doorzichtig water en roestend staal maakt het tot een van de meest gefotografeerde plekken van de hele Caraïben.
Klein Curaçao is in 2018 erkend als Ramsar-wetland (nr. 2355), mede vanwege de kritische functie als broedstrand voor groene zeeschildpadden. Milieu-organisatie CARMABI bewaakt het herstel van de vegetatie en monitort de schildpaddennesten. In 2024 heeft Curaçao een nieuwe plasticwet aangenomen die bedrijven — waaronder touroperators — nadrukkelijk verantwoordelijk maakt voor het afval dat hun activiteiten veroorzaken. Dat betekent dat catamaraan-operators in 2026 verplicht zijn hun vuilnis van het eiland mee terug te nemen en alleen rifseizoenvriendelijke zonnebrandcrème (vrij van oxybenzone) is toegestaan. Raak schildpadden en nesten nooit aan, ook niet als je ze buiten het afval-broedseizoen tegenkomt.
Snorkelen met zeeschildpadden
Het rif rondom Klein Curaçao behoort tot de helderste wateren in de regio — de onderwatervisibiliteit bedraagt regelmatig meer dan 20 meter. Aan de oost- en zuidzijde van het eiland vallen de rifwanden steil omlaag, met koraaltuinen vol papegaaivissen, engelvissen en murenes. Het echte hoogtepunt zijn de groene zeeschildpadden (Chelonia mydas) en de kleinere onechte karetschildpadden (Caretta caretta) die het eiland het hele jaar door frequenteren — als snorkelaar heb je een reële kans ze in het water te ontmoeten. Van mei tot oktober leggen ze eieren op het westerstrand, en je kunt 's ochtends vroeg soms de sporen zien van een nacht nestelen.
Omdat het eiland geen vaste faciliteiten heeft, brengen touroperators alles mee: snorkeluitrusting, BBQ-lunch en een open bar. De grote catamarans zijn stabiel genoeg voor de oversteek, maar van januari tot april kunnen er flinke deining en passaatwinden staan. Zeeziek? Neem 30 minuten voor vertrek preventief iets in en ga midden in het schip zitten.
Praktisch: de dagtocht plannen
Vrijwel alle operators vertrekken vanuit de jachthavens van Willemstad of Caracasbaai op Curaçao. Een dagtocht kost in 2026 gemiddeld 85 tot 130 dollar per persoon voor een catamaran-trip inclusief lunch, drankjes en snorkelmateriaal. Snellere speedboottochten zijn iets duurder (140–165 dollar) maar schelen een uur op de vaarttijd. Er zijn geen overnachtingsmogelijkheden op het eiland zelf — wie er wil buitenslapen, heeft een privécharter nodig en dient rekening te houden met de Ramsar-regels voor het broedseizoen.
Neem voldoende water mee buiten wat de operator biedt, want het eiland heeft geen drinkwater. Schoenen of waterschoenen zijn handig voor de wandeling naar de vuurtoren over het ruwe koraaloppervlak. Er zijn geen winkels, geen medische post en geen gsm-bereik — het eiland is radicaal off-grid.
← Terug naar alle bounty-eilanden